Cinéma Arabe
uit: Volkskrant
november 2006

Cinéma Arabe
uit: NRC
november 2006

Droevig verleden op festival
uit: NRC Next
november 2006

De meiden uit de Mahreb zijn in aantocht
uit: Trouw
november 2006

Marokko timmert aan de weg als filmland
uit: Trouw
mei 2005

Festival toont dialoog films uit Marokko
uit: Het Parool
mei 2005

Woestijn in bloei
uit: Filmkrant
mei 2005

Delfts blauw versus oosters mozaiek
uit: De Volkskrant
25 maart 2005

Kijkje in Arabische wereld
uit: Trouw
30 september 2004

Door Arabische ogen
uit: Het Parool
1 oktober 2004

Vensters op de Arabische wereld
uit: NRC Handelsblad
29 september 2004

Solidariteit tussen Arabische dictators
uit: NRC Handelsblad
1 oktober 2004

Bruggenbouwer tussen culturen
uit dagblad Trouw
6 november 2003

Omar Sharif
uit NRC Handelsblad
5 november 2003

Mahfoez' verhalen uit de volksbuurten van Cairo
uit Het Parool
7 November 2001

Confrontatie met een bijna vervlogen Egypte
uit Trouw
7 November 2001

Meer dan 20 films uit Egypte in zes steden te zien
uit NRC Handelsblad
11 februari 1998


Woestijn in bloei

De Tunesische filmcriticus Hassouna Mansouri reisde het afgelopen half jaar langs verschillende Afrikaanse filmfestivals, en nam een opbloei van de Marokkaanse film waar.

Mille mois
De viering van 400 jaar Nederlands-Marokkaanse betrekkingen vormt de officiële aanleiding voor het filmfestival Cinema Maroc. Maar het afgelopen half jaar stond de Marokkaanse cinema ook elders volop in de belangstelling. Bijvoorbeeld in Tunesië, tijdens het internationale filmfestival van Carthago (oktober 2004). En in Burkina Faso, tijdens het internationale filmfestival van Ouagadougou (februari 2005). En als deze maand in Amsterdam het filmfestival Cinema Maroc plaatsvindt, zal even verderop, op het filmfestival van Cannes, een speciale dag gewijd zijn aan de viering van de Marokkaanse cinema (14 mei). Waarom al die aandacht?

In het verleden is Marokko vaak het decor geweest voor internationale producties. Orson Welles nam er zijn Shakespeare-verfilming Othello (1952) op, en Alfred Hitchcock streek neer in het beroemde hotel La Mamounia in Marrakesj, voor zijn spionagethriller The man who knew too much (1956). Een van de grootste filmklassiekers is zelfs naar de Marokkaanse hoofdstad vernoemd. In Casablanca (1942) vormt de stad de achtergrond voor de tragische liefdesgeschiedenis tussen Humphrey Bogart en Ingrid Bergman. De film speelt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Casablanca is toevluchtsoord en doorgangsroute voor spionnen, verraders, nazi's en Franse verzetsstrijders. Casablanca volgens Hollywood, want de film werd in zijn geheel opgenomen in de studio's van Warner Bros., de beroemde vliegveld-scène aan het slot incluis.

Opvallend is dat er de laatste jaren een hernieuwde belangstelling is voor Marokko. Net als in de jaren vijftig kozen verschillende internationale filmproducties het land als bestemming. Het landschap, met zijn woestijn en zijn oases en zijn machtige bergen, oefent onherroepelijk aantrekkingskracht uit. Maar het is vooral de politiek die in de nieuwe belangstelling een grote rol heeft gespeeld. Zo besloot de Marokkaanse regering filmstudio's te laten bouwen in een fraai gebied dat wordt aangeduid als Ouerzazat, en dat omgeven wordt door schitterende kasbahs. Tegelijkertijd heeft de politiek er buitenlandse filmproducties gestimuleerd. Filmen in Marokko betekent goedkopere technici, minder belasting, meer vrijheid.

Deze situatie heeft bijgedragen aan de professionalisering van de Marokkaanse filmindustrie, én aan de stimulans van nationale filmproducties. Werden er een paar jaar geleden nog twee à drie films per jaar gemaakt, inmiddels staat het gemiddelde op zo'n tien films per jaar. Het Centre Cinématographique Maroc (CCM) heeft zich voor 2005 een uitdaging gesteld: de productie van ongeveer twintig lange speelfilms.

Nouvelle vague
Het belangrijkste is dat er nu een soort industriële infrastructuur is ontstaan in Marokko. En niet alleen Marokkaanse professionals profiteren daarvan. Het CCM helpt ook filmproducties uit de Maghreb en uit de Afrikaanse landen, en daarmee ontwikkelt het een soort coproductie die aangeduid kan worden als Zuid-Zuid. Een aantal recente Afrikaanse films kon voor post-productie terecht in Marokko, waaronder Moolaadé (2004) van de Senegalese filmmaker Ousmane Sembene.

Verheugend is dat in de jaren negentig ook het Marokkaanse publiek zijn weg naar Marokkaanse films vond. Un amour à Casablanca (1991) van Abdelkader Lagtaa was een liefdesgeschiedenis, gesitueerd in de stedelijke middenklasse, en zeer succesvol. À la recherche du mari de ma femme (1995) van Mohammed Abderrahman Tazi was een razend populaire komedie, gesitueerd in aristocratische kringen in Fez. Vanaf de jaren negentig haalden zo'n vier à vijf films de Marokkaanse bioscopen, en ze waren populair bij het Marokkaanse publiek dat weer vertrouwd begon te raken met films van eigen bodem. Vorig jaar werden er in Marokko tien films geproduceerd. Ze zijn klaar om dit jaar gedistribueerd te worden. Een record.
Van de andere kant kampt Marokko met distributieproblemen, precies zoals de andere Noord-Afrikaanse landen. Ook hier verdwijnen bioscopen. In heel Marokko zijn nog zo'n 150 filmtheaters over. In de jaren vijftig waren dat er drie tot vier keer zo veel.

Het is de reden waarom er nu in veel steden filmfestivals worden georganiseerd. Het filmfestival van Marrakesj (in december) is wel het belangrijkste en beroemdste, ook al is het slechts drie jaar oud. Het is het enige filmfestival in Afrika en de Arabische wereld dat ook in staat is internationale ster-regisseurs uit te nodigen, zoals Francis Ford Coppola en Brian De Palma. En er zijn vele andere festivals die niet minder belangrijk zijn, zoals het festival van Tetouan (in maart, gewijd aan films afkomstig uit het gebied rond de Middellandse Zee), het festival van Khoribga (in juli, gewijd aan de Afrikaanse film) en het festival van Tanger (in september, gewijd aan korte films).

Ook buiten Marokko worden Marokkaanse films gevierd. Jonge filmmakers worden op grote internationale filmfestivals ontdekt, zoals Nabil Ayouch (met Ali Zaoua, prince de la rue, 2000) en Faouzi Bensaïdi (met Mille mois, 2003). Narjiss Nejjar (Les yeux secs, 2003) en Mohamed Asli (In Casablanca angels don't fly, 2004) mochten met hun films naar Cannes. En op het afgelopen Filmfestival Rotterdam wekte Ismaël Ferroukhi indruk met Le grand voyage (2004), een poëtische roadmovie waarin een vader en een zoon een lange reis maken door het Midden-Oosten en Saudi-Arabië, en zich niet laten leiden door verbale, maar door spirituele communicatie. Deze regisseurs behoren tot een nieuwe generatie Marokkaanse filmers die zich vrijer uitspreekt over tradities en sociale thema's. Het is misschien wat vroeg om van een Marokkaanse Nouvelle vague te spreken, maar de voortekenen zijn er.

Het filmfestival 'Cinema Maroc' dat in totaal 25 films omvat (moderne Marokkaanse films en klassiekers) vindt van 7 t/m 18 mei plaats in het Filmmuseum en De Balie in Amsterdam.

Hassouna Mansouri
(vertaling: Belinda van de Graaf)
Copyright: Filmkrant